Gemeente Zevenaar blijft alsmaar doorgaan met het verspreiden van het smoezelige en onrechtmatige rapport Bunt.

Burgemeester en wethouders van Zevenaar hebben tot nu toe nog geen enkel gevoel van empathie getoond voor de slachtoffers van hun jarenlange psychische terreur en wegpestpraktijken. Integendeel, zij  blijven ongegeneerd doorgaan met het verspreiden van het smoezelige en onrechtmatige rapport Bunt, opgesteld door een nep-psycholoog die door de gemeente was ingehuurd om medewerkers onverhoeds aan te vallen en kapot te maken. Gelukkig zijn er in ons land nog rechters die dit afkeuren.

Zie onderstaande reactie van de hoogste ambtenarenrechter waaruit blijkt hoe smoezelig en onrechtmatig de gang van zaken bij de gemeente Zevenaar is.

De wijze waarop B (de door B&W van de gemeente Zevenaar ingehuurde zogenaamde “psycholoog” L. Bunt van KBB&T Bunt BV) te werk is gegaan kan als onthutsend worden getypeerd. In de onderhavige procedure is dit beeld alleen maar bevestigd. Het uit de vijftien sheets bestaande rapport van B behelst verstrekkende, op de persoon van appellant gerichte opmerkingen met een diskwalificerend karakter. Hieraan lag slechts een summier onderzoek ten grondslag, te weten het eenmalig bijwonen van een afdelingsberaad en een persoonlijk onderhoud met iedere medewerker van de afdeling. Daarbij was appellant, reeds vanwege de anonimiteit van het onderzoek, niet in staat om zich gericht tegen eventuele beschuldigingen aan zijn adres te verdedigen. Voor zover B psychologische oordelen over zijn persoonlijkheid heeft geveld, is niet gebleken dat hij daarvoor op enige wijze is opgeleid. Het ging, met andere woorden, om subjectieve en onvoldoende onderbouwde diskwalificaties. De wijze waarop het rapport vervolgens is gepresenteerd, was al even bedenkelijk. Aannemelijk is geworden dat de negatieve conclusies over appellant sterk zijn benadrukt. Hij is heftig en persoonlijk aangevallen ten overstaan van collega’s en leidinggevenden. Dat het onderzoek van B, naar de rechtbank heeft overwogen, bedoeld was als een quick scan voor het team en voor intern gebruik, kan een zo onzorgvuldige aanpak niet rechtvaardigen. Op zichzelf is het juist dat een ambtenaar enig ongemak en frustratie moet kunnen verdragen wanneer dit nodig is om het functioneren van de organisatie te verbeteren. Dat er binnen de afdeling problemen waren die moesten worden onderzocht en uitgesproken, is ook wel aannemelijk geworden. Het behoorde echter tot de taak van het college, als overheidswerkgever, om daarbij een zeker evenwicht te bewaren en te voorkomen dat appellant door B onverhoeds en op basis van subjectieve conclusies als persoon werd “afgebrand”. Niet alleen heeft het college de presentatie van het rapport niet verhinderd of begeleid, maar het heeft ook daarna geen afstand genomen van de wijze van totstandkoming van het rapport en de daarop gebaseerde conclusies. Mede daardoor zijn deze, zoals te verwachten viel, binnen de organisatie een eigen leven gaan leiden. In deze opzichten is het college in zijn zorgplicht jegens appellant tekortgeschoten.

Aannemelijk is geworden dat de sheets, waarop ook diskwalificerende opmerkingen over appellant zijn opgenomen, binnen en buiten de organisatie bekend zijn geworden. Deze zijn in de lokale pers uitgebreid en gedurende langere tijd onderwerp geweest van journalistieke aandacht, waarbij dit rapport in verband is gebracht met het functioneren en het ontslag van twee ambtenaren. De Raad acht aannemelijk dat de in het rapport gebezigde subjectieve kwalificaties en het bekend worden daarvan binnen en buiten de organisatie de reputatie van appellant heeft geschaad, bestaande uit de aantasting van zijn goede naam zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Niet aannemelijk is geworden dat het college zich heeft ingespannen om vooraf waarborgen te scheppen aangaande het rapport van B en de vertrouwelijkheid daarvan. Voorts is niet aannemelijk geworden dat het college, althans de leidinggevende(n), na het bekend worden met de inhoud hebben gedaan wat redelijkerwijs mocht worden verwacht ter verzekering van het vertrouwelijke karakter daarvan. In dat verband is relevant dat de mailbox van leidinggevende S niet zodanig was afgeschermd dat toegang tot het rapport door andere ambtenaren niet mogelijk was. Dit valt het college te verwijten. Dat appellant de inhoud van de sheets aan een wethouder heeft verstrekt nadat daarover reeds de nodige commotie was ontstaan, doet daaraan niet af. Het college kan daarbij worden aangerekend dat het zich zonder voorbehoud heeft geschaard achter de inhoud van het rapport van B en geen aanleiding heeft gezien om afstand te nemen van de daarin gemaakte subjectieve en, naar het oordeel van de Raad, onprofessionele kwalificaties jegens appellant. Dat het college afstand heeft genomen van de presentatie van het rapport van B leidt niet tot een ander oordeel nu het juist deze subjectieve onprofessionele kwalificaties betreft waarvan het college afstand had dienen te nemen. Daarmee is het college aansprakelijk voor de door appellant geleden schade bestaande uit de aantasting van zijn goede naam.

Over Paul Kemperman

Ex-ambtenaar die als ervaringsdeskundige heeft geleerd om te gaan met intimidatie, psychische terreur en de wegpestpraktijken van de gemeente Zevenaar.
Dit bericht werd geplaatst in Bossing, De Gazet van Zevenaar. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s